Autostoeltje: zo gebruik je het veilig

1 september 2017

Een autostoeltje is de enige manier om een kind veilig in de auto te vervoeren. Maar dat biedt geen garanties. Een autostoel is alleen veilig als het op de juiste manier wordt gebruikt. En juist daar gaat het vaak mis. Om een autostoel veilig te gebruiken in het verkeer, moet je rekening houden met zowel het gewicht en de lengte van je kind, als de manier waarop de stoel is geïnstalleerd.

Normen voor een veilig autostoeltje

Het is voor ouders soms lastig om te bepalen wat een veilig autostoeltje is. Er zijn veel autostoelen op de markt. Om het iets makkelijker te maken kun je als eerste controleren of de autostoel die je op het oog hebt voldoet aan de norm. Er zijn twee normen voor autostoeltjes: de oude norm ECE R44 die inhoudt dat het stoeltje een frontale botsing met 50 kilometer per uur kan doorstaan en de nieuwe norm uit 2013: iSize of ECE R129. De stoeltjes die aan deze norm voldoen zijn getest op zij-impact en een frontale botsing bij 64 kilometer per uur. Autostoeltjes die nieuw op de markt komen moeten aan de iSize norm voldoen. Het makkelijke is dat deze stoelen zijn gebaseerd op de lengte van het kind. Vaak weten ouders het precieze gewicht van hun kind niet, maar de lengte wel. Hier is namelijk de kledingmaat op gebaseerd.

Wanneer een autostoel?

Kinderen die kleiner zijn dan 135 centimeter moeten in een goedgekeurd kinderzitje zitten als ze worden vervoerd in de auto. Daarnaast moet de autostoel passend zijn, oftewel: geschikt zijn voor de lengte en het gewicht van het kind. Als er een iSize stoel wordt gebruikt, dan moeten kinderen tot 15 maanden achterwaarts worden vervoerd. Bij ECE R44 stoelen wordt ook aangeraden om kinderen zo lang mogelijk achterwaarts in de auto te zetten en niet te snel over te stappen op een peuterstoel. Mocht er een frontale botsing ontstaan, dan is de impact op het hoofd en de nek kleiner. Pas als de bovenkant van het hoofdje boven de stoel uitsteekt hoeft er een groter stoeltje te komen.

Autostoeltje veilig gebruiken

Om een autostoel veilig te gebruiken moet hij goed zijn geïnstalleerd. Zo moeten Isofix autostoeltjes op de juiste manier vastgeklikt zijn en een reguliere autostoel goed vast zijn gemaakt met de gordel. Daarnaast moeten ook de riempjes goed vastzitten. We raden aan om winterjasjes uit te doen in de auto, zodat de riempjes niet steeds opnieuw afgesteld hoeven te worden als een kind met of zonder jas in de auto zit. Als je kind normaal een winterjas draagt en daarna een keer niet, dan zijn de riempjes veel te los. De ruimte tussen je kind en de gordel mag niet meer dan twee vingers dik zijn. Soms vergeten nieuwe ouders om de airbag uit te schakelen of de beugel van het autostoeltje naar beneden te doen.

Alles-in-één autostoelen

Vooral bij alles-in-één stoelen worden fouten gemaakt bij de installatie. Deze autostoeltjes moeten voor elke fase op een andere manier worden geïnstalleerd. Dit gebeurt aan de hand van een ingewikkeld kleurensysteem, waarmee veel fouten worden gemaakt. Daarom wordt vanuit de iSize-norm bekeken of deze stoelen verboden kunnen worden. In dit geval is duurder wel degelijk beter: een nieuw autostoeltje voor elke groeifase is veiliger.

Veilig autostoeltje kopen

Voor de aankoop van veilige autostoeltjes kunnen aankoopwijzers helpen. Ook op de website van de Consumentenbond of VeiligheidNL staat veel informatie over veilige autostoeltjes. De testresultaten van de Consumentenbond vormen een betrouwbare bron van informatie. Zij testen twee keer per jaar de meest gangbare autostoeltjes die in Nederland verkrijgbaar zijn. Ook de ANWB doet regelmatig testen met autostoelen.